Twee vertrouwensroutes in de ggz: houd medewerkers en cliënten uit hetzelfde dossier

In een ggz-organisatie kunnen dezelfde woorden verschillende processen aanduiden. Een medewerker meldt ongewenst gedrag bij een vertrouwenspersoon, terwijl een cliënt ondersteuning vraagt bij een klacht over de zorg. Als beide routes in één mailbox, registratielijst of HR-dossier belanden, worden rollen en vertrouwelijkheid onduidelijk. Richt daarom twee herkenbare ingangen in en bepaal vooraf hoe een melding met beide kanten wordt gesplitst.

Kort antwoord

Publiceer twee afzonderlijke ingangen: één voor werknemers die ongewenst gedrag of een integriteitsvraag willen bespreken en één voor cliënten die een klacht over de zorg hebben. Leg per route rol, onafhankelijkheid, gegevensopslag, doorverwijzing en rapportage vast. Raakt één gebeurtenis beide routes, maak dan twee dossiers met elk een eigen doel en eigenaar.

Drie punten om vast te houden

  1. 01De vertrouwenspersoon ondersteunt werknemers bij ongewenst gedrag en neemt het traject niet van hen over.
  2. 02De Wkkgz verplicht de zorgaanbieder tot een laagdrempelige klachtenregeling en onafhankelijke ondersteuning van de cliënt.
  3. 03Een gecombineerde melding vraagt om routekeuze en minimale gegevensdeling, niet om één gecombineerd dossier.
Feit

Dezelfde organisatienaam betekent niet dezelfde functie

Arboportaal beschrijft de vertrouwenspersoon als ondersteuning voor werknemers die ongewenst gedrag ervaren of waarnemen, zoals agressie, seksuele intimidatie, pesten of discriminatie. De vertrouwenspersoon luistert, informeert over mogelijkheden en begeleidt waar passend, maar voert het traject niet namens de werknemer en bemiddelt niet zelf.

De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg regelt een andere route. De zorgaanbieder moet een effectieve en laagdrempelige klachtenregeling hebben voor klachten over gedragingen jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening. Een aangewezen persoon adviseert de klager gratis, helpt bij het formuleren van de klacht en onderzoekt mogelijkheden voor een oplossing. De zorgaanbieder moet de onafhankelijke uitvoering van die functie waarborgen.

Duiding

Classificeer op de positie van de melder en het onderwerp

De functietitel alleen is geen betrouwbare routewijzer. Stel bij de eerste ontvangst twee vragen: vanuit welke positie meldt iemand en gaat de melding over ongewenst gedrag in de arbeidsrelatie of over zorgverlening aan een cliënt? Een medewerker kan ook cliënt of naaste zijn, en een gebeurtenis kan zowel arbeidsveiligheid als zorgkwaliteit raken.

Maak daarom geen automatische keuze op basis van het e-mailadres of de afdeling van de melder. Laat een beperkt aantal getrainde ontvangers bepalen welke route of routes nodig zijn. Bij twijfel kan de ontvanger uitleg geven over de mogelijkheden zonder meteen inhoudelijke details in meerdere systemen te kopiëren.

Praktijkkeuze

Geef beide routes een eigen ingang en eigenaar

Publiceer voor medewerkers wie de vertrouwenspersoon is, hoe deze bereikbaar is, wat vertrouwelijkheid betekent en welke vervolgroutes mogelijk zijn. Publiceer voor cliënten afzonderlijk de klachtenregeling, bereikbaarheid van de klachtenfunctionaris en de stappen na indiening. Gebruik namen die in portaal, intranet en onboarding steeds hetzelfde betekenen.

Koppel iedere ingang aan een eigen functionele mailbox, autorisatiegroep en vervangingsregeling. Voorkom dat een algemene HR-inbox standaard toegang krijgt tot cliëntklachten of dat de klachtenfunctionaris personeelsmeldingen bewaart omdat de eerste vraag daar binnenkwam.

Praktijkkeuze

Splits een gecombineerde melding aantoonbaar

Raakt een melding zowel een cliëntklacht als ongewenst gedrag tegen een medewerker, registreer dan per route alleen de gegevens die voor dat doel nodig zijn. Leg vast wie de cliënt ondersteunt, wie de werknemer opvangt, wie eventuele feiten onderzoekt en wie besluiten mag nemen. Een verwijzing tussen dossiers kan volstaan; kopieer geen volledige verklaringen zonder noodzaak.

Spreek af wie de betrokkenen informeert over de splitsing en welke informatie tussen route-eigenaren wordt gedeeld. Een leidinggevende kan maatregelen voor acute veiligheid nemen, maar hoort niet automatisch alle vertrouwelijke gespreksinformatie van de vertrouwenspersoon te ontvangen.

Duiding

Rapporteer patronen zonder herleidbare casuïstiek

Managementinformatie kan nodig zijn om beleid te verbeteren. Laat iedere functie daarom op het eigen doel rapporteren: aantallen, thema’s, doorlooptijd en structurele knelpunten waar dat verantwoord kan. Combineer cijfers pas nadat is beoordeeld of kleine aantallen of unieke gebeurtenissen personen herkenbaar maken.

Controleer jaarlijks of medewerkers en cliënten de juiste ingang vinden, vervanging geregeld is en autorisaties nog bij de rol passen. Gebruik verkeerd binnengekomen meldingen als signaal om teksten en routekeuze te verbeteren, niet als reden om de dossiers alsnog samen te voegen.

Voor de praktijk

Controlelijst voor HR en leidinggevenden

  • Beschrijf afzonderlijk de medewerkerroute en de cliëntklachtenroute.
  • Leg per route taken, onafhankelijkheid, bereikbaarheid en vervanging vast.
  • Beperk mailbox- en dossierautorisaties tot de eigen functie.
  • Maak een beslisregel voor meldingen die beide routes raken.
  • Rapporteer patronen zonder vertrouwelijke of herleidbare casusdetails.

Primaire bronnen

Waar deze publicatie op berust

Bronnen zijn gecontroleerd op 11 september 2026. Een bron kan later worden gewijzigd. Controleer bij belangrijke besluiten altijd de actuele versie.

  1. ArboportaalVertrouwenspersoonTaken, grenzen, vertrouwelijkheid en positionering van de vertrouwenspersoon voor werknemers.
  2. Overheid.nlWet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, artikelen 13 tot en met 17Wettelijke klachtenregeling, cliëntondersteuning, onafhankelijke uitvoering en afhandeling.