Kort antwoord
Leg de opleidingsrollen afzonderlijk vast en verbind iedere rol aan beschikbare tijd, bereikbaarheid en vervanging. Laat de praktijkopleider de inhoudelijke inrichting en kwalificaties afstemmen met de opleidingsinstelling. HR en management zorgen dat deze afspraken uitvoerbaar blijven in het rooster.
Drie punten om vast te houden
- 01Een supervisor en een werkbegeleider vervullen verschillende functies in de opleiding.
- 02Een opleidingsafspraak vraagt capaciteit bij de opleideling én bij het opleidingsteam.
- 03Bespreek uitval of een wijziging van begeleider tijdig met de praktijkopleider.
Drie rollen met een verschillend doel
De FGzPt-brochure Taken en verantwoordelijkheden, tweede editie van september 2019, onderscheidt de praktijkopleider, werkbegeleider en supervisor. De praktijkopleider organiseert en beoordeelt het leertraject. De werkbegeleider begeleidt het dagelijkse werk en ziet toe op de zorg die de opleideling levert. De supervisor richt zich op het persoonlijke leren binnen een omschreven deskundigheidsgebied.
De brochure bespreekt ook rolcombinaties. Vooral het combineren van dagelijkse werkbegeleiding en supervisie kan spanning geven; voor supervisie is afstand tot de dagelijkse werkomgeving gewenst. Gebruik de brochure als uitleg van de rollen, naast de voor de opleiding geldende besluiten en lokale afspraken. Zij noemt die besluiten zelf leidend bij een verschil.
Opleiderstijd is onderdeel van de opleidingsorganisatie
In augustus 2023 publiceerde de FGzPt wijzigingen voor opleidingen tot GZ-psycholoog en psychotherapeut, van toepassing op opleidelingen die vanaf 1 september 2023 starten. Daarin staat dat de praktijkopleidingsinstelling voldoende uren voor het opleidingsteam moet organiseren. De toelichting maakt onderscheid tussen begeleiding en verschillende supervisievormen.
Laat de praktijkopleider daarom bij de start vaststellen welke actuele eisen voor het concrete traject gelden. Neem de uitkomst op in de capaciteitsafspraak met de manager. Een historisch nieuwsbericht is geen vervanging voor die controle, en één generiek opslagpercentage maakt niet zichtbaar welke persoon de tijd daadwerkelijk heeft.
Maak een korte startafspraak met namen en agenda’s
Gebruik bij de startbespreking vier concrete vragen. Welke begeleider is beschikbaar op de werkdagen en locatie van de opleideling? Waar staan de vaste gesprekken in beide agenda’s? Wie vangt afwezigheid op? En bij wie kan de opleideling terecht als de afspraak in de praktijk niet werkt? Laat betrokkenen de antwoorden zelf bevestigen; een naam in een organogram is daarvoor te beperkt.
Neem bijvoorbeeld een opleideling die op maandag en donderdag in verschillende teams werkt. Controleer per team of duidelijk is hoe vragen tijdens het werk worden opgepakt. Een op vrijdag geplande supervisieafspraak zegt nog niets over de beschikbaarheid op maandag. Werk de concrete onduidelijkheid uit vóór de agenda met patiënten wordt gevuld.
Maak personele uitval zichtbaar als opleidingsrisico
Koppel een voorgenomen vertrek, langdurige afwezigheid of overplaatsing van een begeleider aan een gesprek tussen manager en praktijkopleider. Noteer welke afspraken hierdoor geraakt worden, wie de tijdelijke oplossing beoordeelt en wanneer die wordt herzien. Laat HR de formele aanstelling en beschikbare uren aansluiten op de uitkomst.
Bespreek ook terugkerende afzeggingen. Wanneer gesprekken steeds wijken voor productie, helpt alleen het aantal geplande uren tellen niet. Houd eenvoudig bij welke bijeenkomsten doorgingen, welke zijn verplaatst en of de vervanging werkelijk beschikbaar was. Gebruik dat voor bijsturing van de organisatie, zonder persoonlijke reflectieverslagen in een algemeen managementoverzicht op te nemen.
Houd besluitvorming over de opleiding en personeelsinzet herkenbaar
Laat een manager een personeelsprobleem niet zelfstandig oplossen door opleidingsrollen samen te voegen. Leg de vraag voor aan de praktijkopleider en betrek de opleidingsinstelling waar dat nodig is. Het doel is een uitvoerbare verdeling van werk en leren, niet een papieren toestemming die de praktische knelpunten laat bestaan.
De FGzPt lichtte op 23 april 2026 toe dat de aangekondigde wijzigingsronde op dat moment de specialismen betrof en dat de brochure relevant bleef voor de basisberoepen. Behandel voorgenomen wijzigingen daarom niet als automatisch ingevoerde nieuwe eisen voor een GZ-traject. Deze publicatie geeft een organisatorische aanpak; zij bepaalt geen individuele bevoegdheid, aansprakelijkheid, declaratierecht of arbeidsvoorwaarde.
Voor de praktijk
Controlelijst voor HR en leidinggevenden
- Laat de praktijkopleider de voor het traject geldende opleidingseisen bevestigen.
- Leg per begeleidingsrol naam, tijd, bereikbaarheid en vervanging vast.
- Controleer de afspraken voor iedere werklocatie van de opleideling.
- Meld personele wijzigingen voordat ze de begeleiding onderbreken.
- Bespreek geplande én werkelijk beschikbare opleiderstijd met het management.
Primaire bronnen
Waar deze publicatie op berust
Bronnen zijn gecontroleerd op 8 september 2026. Een bron kan later worden gewijzigd. Controleer bij belangrijke besluiten altijd de actuele versie.
- FGzPtTaken en verantwoordelijkheden in de praktijkopleidingTweede editie, september 2019: rollen en rolcombinaties; besluiten blijven leidend.
- FGzPtWijzigingen opleidingen GZ-psycholoog en psychotherapeut25 augustus 2023: capaciteit voor opleidingsteams en toepassingsdatum.
- FGzPtWijzigingsronde College alleen over regelgeving specialismen23 april 2026: reikwijdte van de aangekondigde wijzigingsronde en relevantie van de brochure.